De ruimte tussen verhalen

Posted on Jan 16, 2014
De ruimte tussen verhalen

Elke cultuur beschikt over een verhaal van de mensheid om de wereld betekenis te geven. Dit verhaal bestaat, deels bewust en deels onbewust, uit een matrix van afspraken, verhaallijnen en symbolen die ons vertellen waarom we hier zijn, waarheen we gaan, wat belangrijk is, en zelfs wat echt is. Ik denk dat we een nieuwe fase in het uiteenvallen van het verhaal van de mensheid binnentreden, en daarmee, met enige vertraging, van het bouwwerk van de beschaving die we hierop hebben geconstrueerd.

 

Soms voel ik diepe weemoed naar de culturele mythologie uit mijn jeugd, een wereld waarin niks mis was met priklimonade, de Superbowl belangrijk was, de grootste democratie ter wereld overal democratie verspreidde, en de wetenschap ons leven beter en beter zou maken. Het leven was logisch. Als je hard werkte kreeg je goede cijfers, kon je een goede opleiding volgen, zelfs verder studeren of carrière maken en zou je gelukkig zijn. Enkele onfortuinlijkheden uitgezonderd kon je succes behalen zolang je de regels van onze maatschappij gehoorzaamde; als je het laatste medisch advies opvolgde, je van het nieuws op de hoogte hield via de New York Times en uit de buurt bleef van slechte dingen als drugs. Natuurlijk waren er wel problemen maar wetenschappers en specialisten werkten hard aan oplossingen.

Weldra zou een nieuwe medische doorbraak, een nieuwe wet, een nieuwe opvoedkundige techniek voor betere levenskwaliteit zorgen. De zienswijze uit mijn kindertijd maakte deel uit van het oude verhaal van de mensheid in welke we zijn voorbestemd, met behulp van wetenschap, rede en technologie, een perfecte wereld te creëren waarin de natuur wordt overwonnen en wij boven onze dierlijke oorsprong zullen uitstijgen, en een rationele maatschappij verwezenlijken.

 

Vanuit mijn gezichtspunt leek de basis voor deze aanname behoorlijk solide, niet eens ter discussie staand. Immers: het leek allemaal prima te werken in mijn wereld. Terugkijkend besef ik in een zeepbelwereld te hebben geleefd, die gebouwd was op immens menselijk leed en de vernietiging van het milieu, ook al kon je destijds makkelijk binnen die zeepbel leven zonder daar al teveel wroeging over te voelen. Het verhaal dat ons omgaf was krachtig. Het hield onregelmatigheden in de data moeiteloos uit het zicht.

 

Sinds mijn jeugd in de zeventiger jaren is dat verhaal snel geërodeerd. Steeds meer mensen in het Westen geloven niet meer dat onze beschaving in de goede richting gaat. Zelfs zij die zich nog geen expliciete vragen stellen bij de basiseigenschappen ervan, lijken het langzaam beu te worden. Een laagje cynisme, zich uitend in hip zelfbewustzijn, legde onze oorspronkelijke oprechtheid het zwijgen op. Dingen die ooit zó echt waren, zoals een programmapunt uit een partijprogramma tijdens verkiezingen, worden tegenwoordig onderworpen aan een veelheid van filters die het geheel ontleden in termen van beeld en boodschap. We zijn als kinderen die langzaam ontwaken uit het verhaal dat ons ooit betoverde, en nu tot het besef komen dat het maar een verhaal is.

 

Tegelijkertijd hebben nieuwe data dit verhaal van buitenaf ontwricht. Het aanwenden van fossiele brandstoffen, ingenieuze chemicaliën voor moderne landbouw, ‘social engineering’ (de methodes waarmee sociaal gedrag en attitudes te beïnvloeden zijn), en politieke wetenschappen voor een rationelere en eerlijkere maatschappij –dat alles schoot tekort in de oorspronkelijke beloften, en bleek bovendien onvoorziene gevolgen te hebben die nu onze wereld bedreigen. Het is gewoon niet meer geloofwaardig dat de wetenschap alles in de hand zou hebben. Noch dat de voortschrijdende rede tot een maatschappelijk Utopia leidt.

 

We kunnen vandaag niet langer de verhevigde degradatie van de biosfeer, de neergang van het economische systeem, alsook de verslechterende algemene gezondheid en de aanhoudende, zelfs toenemende mondiale armoede en ongelijkheid veronachtzamen. We dachten ooit dat economen de armoede zouden oplossen, politieke wetenschappers maatschappelijk onrecht uit de wereld zouden helpen, scheikundigen en biologen zich om milieuproblemen zouden bekommeren, dat het gezond verstand zou zegevieren en we verstandig beleid zouden voeren. Ik herinner me dat ik begin jaren tachtig overzichtskaarten van regenwoud-ontbossingen in de National Geographic bekeek, en tegelijkertijd zowel bezorgdheid als opluchting ervoer – opluchting omdat nu tenminste de wetenschappers en iedereen die National Geographic las, op de hoogte van het probleem waren, en er nu dus zeker iets zou worden ondernomen.

 

Er werd niets ondernomen. De ontbossing van het regenwoud versnelde, net als elke andere ons in 1980 bekende milieudreiging. Ons verhaal van de mensheid rolde voort in de vaart der eeuwen, maar met het verloop van elk nieuw decennium werd de uitholling van de kern, die misschien al begon met de zich op industriële schaal afspelende slachtpartij van de eerste wereldoorlog, verder vergroot.

Toen ik nog een kind was, werd dat verhaal nog steeds beschermd door onze ideologieën en de media, maar in de laatste dertig jaar zag de overrompelende werkelijkheid kans het beschermende omhulsel lek te prikken en vertoont de essentiële infrastructuur scheuren. We geloven onze verhalenvertellers, onze elites, niet langer. We geloven onze politici, onze doktoren, onze professoren, bankiers of onze technologen niet langer. Ieder van hen beweert dat alles onder controle is, en we weten dat het niet waar is. Er staat ons niet langer een toekomstvisie voor ogen; de meeste mensen hebben er geen meer. Dat is nieuw. Vijftig of honderd jaar geleden waren mensen het eens over de algemene omtrekken van de toekomst. We dachten dat we wisten waar de mensheid op afstevende. Zelfs Marxisten en kapitalisten waren het eens over de grove omlijningen: een paradijs met geautomatiseerde vrijetijdsbesteding en op wetenschappelijke wijze verkregen sociale harmonie, waarin spiritualiteit óf geheel afgeschaft was, óf verbannen werd naar een in materieel opzicht onbeduidende hoek van het culturele leven, en alleen op zondags tot uiting zou komen. Natuurlijk waren er enkelen die afweken van deze visie, maar dit was de algemene consensus.

 

Wanneer een verhaal z’n einde nadert, voert het een doodsstrijd en schijnt het overdreven levendig. Daarom zien we momenteel overheersing, veroveringen, geweld en afgescheidenheid absurde extremen aannemen, die een spiegel voorhouden van wat eens verborgen en diffuus was. Het jaar 2012 eindigde met precies zo’n drastisch verhaalverstorende gebeurtenis: het bloedbad op de basisschool in Sandy Hook. Wel beseffende dat veel meer minstens zo onschuldige kinderen de dood vonden door bijvoorbeeld aanvallen met drones door Amerikaanse troepen, greep dit voorval me toch wel bijzonder aan. Niemand was immuun. Ik denk dat het komt omdat het volstrekt zinloze van het bloedbad door elk van onze verdedigingsmechanismen brak die de schijn ophouden dat onze wereld in wezen oké is. Er was niet net als bij 9/11 of Oklahoma City, en zeker niet als bij de vele verschrikkingen die in onze wereld huishouden, een duidelijk en van pas komend verhaalkader dat ons de rauwe pijn van hetgeen gebeurd was, kon doen vergeten. We kunnen onbewust niet helpen in de gezichten van de slachtoffertjes de gezichten van kinderen die we kennen te zien en het leed van de ouders op onszelf te betrekken. Aan de basis van ons verhaal van de mensheid ligt afscheiding, die tussen mensdom en natuur, tussen mij en jou, tussen iedereen en alles, maar deze gebeurtenis bracht iedereen samen, ongeacht culturele achtergrond, nationaliteit of politieke overtuiging. Op dat moment voelden we allemaal hetzelfde. Gedurende een kort moment, daarvan ben ik overtuigd, voelden velen zich verbonden met de eenvoud van wat belangrijk is; ik weet zeker dat veel mensen toen een vluchtig besef hadden dat “het allemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn, indien we hetgeen nu zo duidelijk is maar eens onthielden, namelijk dat alleen liefde belangrijk is”. Wij mensen hebben er zo’n zooitje van gemaakt, zoiets belangrijks als liefde te vergeten. Het is hetzelfde besef als wanneer ons een dierbare dreigt te ontvallen, en we denken: “hoe waardevol en belangrijk die persoon nu voor mij is, waarom zag ik dat niet eerder? Waarom genoot ik niet méér van de momenten die wij samen deelden? Al die ruzies en grieven lijken nu zo futiel.”

 

Kort na dat moment haastte men zich, natuurlijk, om het incident een plek te geven en onder te schikken in de discussies met betrekking tot vuurwapenbeheersing, geestelijke gezondheid of de veiligheid van schoolgebouwen. Misschien dat ik het me inbeeld, maar ik denk niet dat ook maar iemand diep van binnen gelooft dat die zaken de kern van het probleem benaderen. Die vuurwapencultuur, weten we, is symptomatisch voor iets wat dieper ligt, en het geweld dat ermee gepaard gaat zou, in elk geval ook bij afwezigheid van vuurwapens, tot uiting komen. Ook geestesziektes vormen een dermate groot probleem dat ze in ons huidig systeem in principe onoplosbaar zijn, en hebben eveneens een dieper liggende oorsprong. En wat betreft de veiligheid van scholen, beschrijft een Chinees spreekwoord de voorgestelde maatregelen nog het best: ze houden wél onschuldige mensen, maar niet mensen met kwade intenties buiten de deur.

 

Niemand zal beweren dat Sandy Hook erger was dan de Holocaust, de zuiveringen onder Stalin of de imperialistische oorlogen van de twintigste en éénentwintigste eeuw, maar het was wel moeilijker te bevatten. Hoe we ook trachten, het past niet in ons verhaal van de mensheid. Het is een abnormaal stukje data dat het hele verhaal ontrafelt –de wereld is niet langer te begrijpen. We worstelen om de betekenis ervan te verklaren, maar geen enkele uitleg volstaat. We kunnen wel net doen alsof normaal nog steeds normaal is, maar dit is één van die einde -der –tijd –gebeurtenissen die de mythes van onze cultuur ontmantelen.

 

De evidente onbeduidendheid van de antwoorden die we bedenken, wijzen op deze diep ideologische ineenstorting. De antwoorden handelen uitsluitend over meer controle. Maar controle, zoals we wel óf niet weten, is één van de hoofdlijnen van het oude verhaal van een mensheid die boven de natuur uitrijst, zijn technologie en rede opleggend aan de ongerepte aarde en oermens. We zien die pogingen tot controle overal rondom ons ongewenste of zelfs tegenovergestelde resultaten behalen: de oorlog tegen het terrorisme veroorzaakt alleen maar meer terrorisme, herbiciden die de weg voor superresistent onkruid vrijmaken, antibiotica die hetzelfde doet voor superbacteriën, psychiatrische medicijnen die gewelddadige uitbarstingen veroorzaken.

 

Als we terugkijken op de gemeenschapsscholen van een paar generaties geleden, toen kinderen en ouders daar nog zorgeloos elke deur in en uit konden lopen, kunnen we dan zeggen dat de onverbiddelijke trend richting vesting -scholen in een vestingstaat iets is waarvoor ook maar íemand zou hebben gekozen? De wereld zou toch een betere plek worden? We zouden toch welvarender, verlichter worden? De maatschappij zou toch vooruitgaan? Kijk mij nu hier in Amerika, de natie met de meeste ‘vooruitgang’ ter wereld, waar, ook al verviervoudigde onze financiële welvaart de laatste vijftig jaar, we aan vele fundamentele vormen van welzijn moesten inboeten; bijvoorbeeld de sociale rijkdom van een algemeen veiligheidsgevoel, van zich dáár thuis voelen waar men leeft. Is meer beveiligingen het beste wat we te bieden hebben? Waarom geen wereld in welke geen enkel mens een aanvalswapen hanteert? Waarom geen wereld waar we de gezichten en achtergronden van de mensen rondom ons kennen? Waarom geen wereld waarin we weten dat onze dagelijkse bezigheden bijdragen aan het herstel van de biosfeer en het welzijn van andere mensen? We bespeuren een sterke behoefte aan een verhaal van de mensheid waarin al deze elementen zijn verwerkt –en die voelt niet aan als fantasie.

 

Al meerdere visionaire denkers schreven hun eigen versie van dit verhaal, maar nog geen enkel bleek tot nu toe hét nieuwe verhaal van de mensheid, een door allen geaccepteerde verzameling afspraken en verhaallijnen die betekenis geven aan onze wereld en menselijke activiteiten coördineren richting hun vervulling. We zijn nog niet helemaal klaar voor zo’n verhaal, want ons huidige verhaal, hoewel aan flarden, bezit nog genoeg weefsel om de schijn van structuur op te houden. En zelfs wanneer deze uiteen valt, moeten we nog altijd de ruimte tussen beide verhalen zien te overschrijden, alsof we geheel naakt zijn. In de turbulente tijd vóór ons zal onze handelwijze, ons denken en ons zijn niet langer logisch lijken. We zullen niet weten wat er gebeurt, wat het allemaal betekent, en soms zelfs niet weten wat echt is. Sommige mensen bevinden zich nu al in die tijd.

 

Ik wou dat ik zeggen kon dat ik klaar ben voor het nieuwe verhaal van de mensheid, maar ondanks dat ik één van de wevers ben, kan ik me er nog niet helemaal in vinden. Anders gezegd, wanneer ik die mogelijk nieuwe wereld in mezelf naar boven roep, voel ik twijfel en afkeuring, en achter die twijfel zit iets pijnlijks. De ineenstorting van het oude verhaal is een soort van genezingsproces die oude wonden onder de structuur te voorschijn haalt en ze blootstelt aan een helend licht van bewustzijn. Ik ben er zeker van dat velen die dit lezen al momenten beleefden waarbij alle mooi verpakte illusies bloot kwamen te liggen: alle oude rechtvaardigingen, rationalisaties, al die oude verhalen. Gebeurtenissen als in Sandy Hook helpen zo’n proces op collectieve schaal in te leiden. Dat geldt ook voor superstormen, de economische crisis, de ineenstorting van politieke kaartenhuizen. Hoe je het ook wendt of keert: de overbodigheid van het vroegere verhaal wordt duidelijk herkenbaar.

 

We hebben nog geen nieuw verhaal. Maar we zijn ons wel bewust van de aanwezigheid van delen ervan. Denk bijvoorbeeld aan zaken die we tegenwoordig alternatief, holistisch of ecologisch noemen. Hier en daar zien we patronen en ontwerpen, en worden we delen van het nieuwe weefsel gewaar. Maar het nieuwe verhaal van de mensheid heeft zich nog niet gematerialiseerd. We zullen een poos moeten afwachten in de ruimte tussen de verhalen. Diegenen onder u die dit al op een persoonlijk niveau beleefden, weten dat dit een zeer waardevolle –sommigen zouden zeggen sacrale – periode is. Dan staan we in direct contact met het ware. Elke ramp legt het ware onder onze verhalen bloot. De angst van een kind, het verdriet van een moeder, het oprechte niet weten waarom. Op zulke momenten ervaren wij ons mensdom. Mens tot mens schiet elkaar te hulp. We zorgen voor elkaar. Dit patroon herhaalt zich tijdens elke ramp, totdat overtuigingen, ideologieën en politiek weer de overhand nemen. Gebeurtenissen als in Sandy Hook snijden, tenminste tijdelijk, direct door al die dingen heen, recht tot aan het fundament van ons mens –zijn. Op zulke momenten leren we onszelf kennen.

 

Hoe we ons kunnen voorbereiden? Dat kunnen we niet. We wórden voorbereid.