De Kringloop van Terreur

Posted on Jan 16, 2014
De Kringloop van Terreur

In de nasleep van terreuraanslagen verkondigen politici graag dat “We ons niet laten intimideren”. Daarmee lijken ze te bedoelen dat we ons niet angstig terugtrekken, maar de terroristen uit zullen roeien, ze berechten en ter verantwoording roepen. “Laat daarover geen misverstand bestaan”, zeggen ze dan. Er wordt hard en doortastend optreden beloofd, waarmee verhoogde beveiliging in eigen land, verheviging van anti -terrorismemaatregelen en bestraffing van de schuldigen en hun helpers wordt bedoeld.

Maar hoe effectief en krachtig deze maatregelen ook lijken, ze zijn allemaal gebaseerd op angst. Het zijn de acties van mensen die bang zijn voor terrorisme. Dat in ogenschouw nemende zou je kunnen stellen dat de terroristen reeds geslaagd zijn in hun opzet. Zelfs wanneer het ogenschijnlijk politieke doel vernietigd wordt, boekt het terrorisme nog steeds succes dankzij een toegenomen angst in de wereld.

Uit angst komt haat voort, en uit haat geweld. Als we ons door angst laten leiden, planten we de zaadjes voor toekomstige terreur in de wereld, waarmee we ons beeld van terreur versterken. Het is, zoals Martin Luther King al zei (geciteerd in een ontzettend moedig en inzichtelijk stuk door Falguni Sheth in ‘Salon’: “Where does the hate come from?”): ”De mens moet inzien dat dwang dwang, haat haat en hardheid hardheid verwekt. En dat die beweging neerwaarts gaat, eindigend in de vernietiging van alles en iedereen”.

Bestaat er een alternatief? Jazeker, maar ik vrees dat de radicale strekking ervan buiten onze politieke verbeelding ligt, op zijn minst totdat de vruchteloosheid van dwang, haat en controle zó duidelijk wordt dat we deze niet langer negeren kunnen. Momenteel wordt falende controle nog steeds met méér controle beantwoord, het falen van dwang met méér dwang en het mislukken van zekerheidsmaatregelen met nóg meer zekerheidmaatregelen. Wanneer eindigt dit? Als elke school, stadion, winkelcentrum, ziekenhuis en publiek gebouw op een fort lijkt?

Laten we onszelf een simpele vraag stellen: Willen we leven in een toekomst waar we bij binnenkomst van een evenement of in een openbaar gebouw gedwongen zijn een beveiligingspoortje te passeren? Dat zou een gemeenschap gedreven door angst betekenen, een gemeenschap waarin angst elk hoekje van het dagelijks leven infiltreert. Bedenkend dat een fort het spiegelbeeld is van een gevangenis (de eerste sluit mensen uit, de tweede sluit mensen op), is een fortificatie-samenleving net zo goed een gevangenis-samenleving,waarin elke beweging, iedere binnenkomst in een gebouw, elke aanschaf overzien en gecontroleerd wordt, en elke handeling op een weegschaal wordt gewogen.

Is er ook maar iemand die vraagt: “Welke maatregelen hebben we nodig voor een samenleving waarin jaarlijks mínder en niet steeds méér veiligheid vereist wordt?” Is er één politicus die zich zoiets ten doel stelt? Is er iemand die zich dit voor onze gezamenlijke toekomst ten doel stelt? Zijn we in staat een samenleving voor ogen te houden waarin we ons thuis voelen bij elkaar, een samenleving van groeiend vertrouwen, en niet een samenleving die elk jaar meer op een gevangenis gaat lijken?

Men zou denken dat dit inderdaad een waardig en nastrevenswaardig doel is, en dat we daarom de oorzaken van terrorisme moeten bestuderen en het hoofd moeten bieden –maar dat we tot nader order wel de veiligheidsmaatregelen aanscherpen. Dat zou prima werken, ware er niet die ene jammerlijke mogelijkheid: wat als het regime van veiligheid en controle zélf integraal onderdeel uitmaakt van de condities die terrorisme kweken?

Een bepaalde psychologische logica zegt dat dit inderdaad het geval is. Wat we in onze psyche onderdrukken barst vaak in dissociatieve en extreme vorm toch naar buiten. Wanneer we in angst leven (en dat doen we in een beveiligingsstaat), kunnen we er zeker van zijn dat angst op verschillende manieren voelbaar wordt, zoals bijvoorbeeld door terrorisme. Het onderdrukte komt aan de oppervlakte. Zijn de verschrikkelijke gebeurtenissen van nog niet zolang geleden de willekeurige daden van een stel slechterikken? Of kan het zijn dat we iets van onszelf in een spiegel aanschouwen?

In een meer alledaagse zin veroorzaakt de zogenaamde veiligheidsgedachte, door een militaristische staat toegepast in haar buitenlandse beleid, ongetwijfeld een beeld van angst en haat. Hoe agressiever we ons proberen te beschermen tegen degenen waarvoor we angst hebben, hoe meer die ons gaan vrezen en haten. Hoe drastischer onze veiligheidsmaatregelen, met bijvoorbeeld preventieve drone-aanvallen, des te meer haat we zullen opwekken. En hoe meer haat we opwekken, des te omvangrijker moeten onze veiligheidsmaatregelen worden.

Hetzelfde geldt voor maatregelen met betrekking tot de controle thuis, op het werk en op school, zelfs tot farmaceutische controle op de geest door middel van antidepressiva. Een maatschappij die in toenemende mate gereglementeerd, gesurveilleerd en gecontroleerd wordt, waar vrijheid achter poorten en muren genoten wordt, heeft noodzakelijkerwijs een onbedwingbare en explosieve drang vrij te breken. Ik wil de ingewikkelde psychosociale factoren die een mens in een massamoordenaar veranderen niet bagatelliseren, maar een sleutelfactor is daarbij zeker het overweldigende gevoel van totale vervreemding. En wat werkt meer vervreemdend dan een gestandaardiseerde, gecontroleerde en achterdochtige samenleving, in welke je, overal waar je gaat, behandeld wordt als een verdachte of een onruststoker?

Om een samenleving op basis van veiligheid en vertrouwen en niet op basis van beveiliging en angst te creëren, zullen we ook vanuit dat oogpunt moeten handelen. Ik wil daarom enkele bescheiden voorstellen doen hoe om te gaan met de bomaanslag in Boston. Laat ons, ten eerste, de kringloop van terreur omkeren en niet met een verhoogde, maar met een ontspannen beveiliging antwoorden, om te laten zien dat we ons niet achter camera’s, hekken en metaaldetectors laten dwingen. Dat we onze open samenleving moedig in stand houden.

Laat ons, ten tweede, de kringloop van haat in het buitenland stoppen door alle preventieve en vergeldende aanvallen mét of zonder drones te staken. Het zijn de acties van een angstig volk. Het vergt moed erop te vertrouwen dat, als je afziet van geweld, degene die je eerst als vijand zag, jouw voorbeeld zal volgen. In zo’n situatie van wederzijds wantrouwen moet er één het voorbeeld geven. Anders bevestig je met elke actie alleen maar het wantrouwen in de ander, en komt er nooit een einde aan het geweld.

En ten derde: laat ons, in plaats van wraak te zweren op de dader van de aanslag in Boston, verkondigen dat liever dan te straffen wij hem de gelegenheid bieden, de families van de mensen die hij doodde en van de mensen wier ledematen hij verbrijzelde, te ontmoeten. Hij zal op die manier zowel hun verhalen horen alsook zijn eigen verhaal kunnen vertellen. Daarna zullen slachtoffers, daders en de gemeenschap samen overeenkomen hoe heling van de wonden en totstandkoming van gerechtigheid het beste kunnen worden bereikt. Misschien leidt deze methode niet automatisch tot spijtbetuiging of vergeving, maar de kans erop is groter dan via strafmaatregelen. (voor meer over deze benadering van gerechtigheid, zie http://www.restorativejustice.org/ of dit artikel: http://www.huffingtonpost.com/ted-wachtel/restorative-justice-is-no_b_2567653.html).

Een dergelijke reactie zal de hoeveelheid haat en angst in de wereld doen afnemen. De dader wordt geen martelaar in de ogen van zijn aanhangers. Elke reactie die de reeds bestaande angst in onze samenleving vergroot, maakt angst de enige winnaar. Om terrorisme werkelijk tegen te kunnen gaan, moeten we niet uit angst reageren. Kunnen we de haat van deze handeling omzetten in liefde?

De meeste mensen zullen ongetwijfeld tegenwerpen dat deze voorstellen onrealistisch en naïef zijn, dus laat me een paar van die bezwaren eens onder de loep nemen. Het eerste voorstel maakt ons schijnbaar kwetsbaarder ten opzichte van terroristen, en lijkt het hen makkelijker te maken hun doelen te bereiken. Scherpere beveiliging geeft ons echter alleen een illusie van veiligheid; het verschaft geen daadwerkelijke veiligheid. In het beste geval forceert het een verplaatsing van terroristische activiteiten van de ene naar de andere plaats. Want wanneer de ene na de andere openbare ruimte beveiligd wordt, zal degene met kwade bedoelingen gewoon zijn plannen op een onbeveiligde plek uitvoeren. Wat maakt het uit of het zich verplaatst van een vliegveld naar een stadion, van een stadion naar een metrostation, van een metrostation naar een winkelcentrum? De enige oplossing, als je uitgaat van beveiliging en controle, is om elk openbaar evenement en gebouw te beveiligen, zodat elke deelname aan het openbare leven met doorzoekingen en scans via metaaldetectors gepaard gaat. En zelfs dan zullen er mazen zijn waar een vastberaden en creatieve terrorist doorheen kruipt. Het bloedbad in Newtown, dat plaatsvond op een school met uitgebreide veiligheidmaatregelen, laat zien dat zulke maatregelen wel de brave burger, maar niet de kwaadwillende stoppen.

Trouwens, zelfs als lossere beveiliging zou resulteren in meer aanvallen, zou dat nog niet betekenen dat de terroristen hun doel bereikt hebben. Hun doel is niet om mensen te doden –dat is een middel, geen doel. Het doel is veroorzaking van angst. Wanneer uit onze reactie blijkt dat we niet bang zijn, ontnemen we terrorisme zijn voedingsbodem en moedigen we het dus niet aan. Ik denk dat Jezus dit bedoelde toen hij ons gebood “de andere wang toe te keren”. Daarmee nodig je niet uit om nogmaals geslagen te worden. Het toont dat de eerste maal niet gewerkt heeft. (Lees voor een grondigere uitleg van dit gebod Walter Winks’ diepgaande essay, “Jesus’ Third Way”).

Het tweede voorstel uit bovenstaande roept op tot het bezwaar: “als we onze vijanden niet vernietigen of ze tenminste in bedwang houden, moedigen we ze aan en zullen ze ons uiteindelijk onder de voet lopen.” Dit bezwaar suggereert dat vijandigheid in een soort vacuüm optreedt, dat haat tegen de Verenigde Staten losstaat van haar militarisme en imperialisme, geweld losstaat van tegengeweld. Het veronderstelt, mogelijk, dat ze “ons haten vanwege onze vrijheden”. Het zegt, met andere woorden, dat zij slecht en wij goed zijn. Ik denk dat iedereen hierin het recept voor een oorlog zonder einde herkent, waarin, zoals gebruikelijk, beide kanten denken tot de goede kant te behoren.

Het tweede en derde voorstel roepen ook de tegenwerping op dat “als we terroristische acties en andere misdaden niet bestraffen, er niets is om toekomstige misdadigers te stoppen”. De zwakke en tegenstrijdige bewijzen voor de doelmatigheid van afschrikking daargelaten, het idee van afschrikking door bestraffing is gebaseerd op een wereldbeeld dat in de grond op angst stoelt. Het zegt dat er op deze wereld slechte mensen rondlopen die, als je ze niet afschrikt met persoonlijk lijden, ons vreselijke dingen zullen aandoen. Sterker nog, de klassieke afschrikgedachte, die zijn oorsprong vindt in de filosofie van Jeremy Bentham en Cesare Beccaria, breidt de categorie ‘slechte mensen’ eigenlijk uit tot ons allemaal. Vooral Bentham zei dat mensen geheel natuurlijk de maximalisering van hun “utiliteit ” –het voorkomen van pijn, en het beleven van genot– nastreven. Daarom moeten er, als maatregel tegen het universele verlangen zichzelf te bevoordelen door de benadeling van anderen, negatieve consequenties aan het begaan van criminele handelingen worden verbonden.

Deze theorie van afschrikking gaat, met andere woorden, uit van een wereld met afgescheiden, wedijverende, op zichzelf gerichte mensen. Maar is dat werkelijk de wereld waarin we leven? Als dat zo is, dan wordt een betere wereld alleen mogelijk door steeds meer beveiliging, afschrikking, toezicht en controle. In een dergelijke wereld is vertrouwen misplaatst en dwaas, alsook iedere hoop op vergeving, verlossing, liefde of de mogelijkheid van gedachte te veranderen. Natuurlijk lijken onze ervaringen deze gedachte vaak te bevestigen. Maar zou het niet kunnen dat wat we zien een kunstmatig bijverschijnsel van ons systeem is, en een projectie van onze overtuigingen? Als we handelen vanuit een ideologie van dwang en het fundamenteel eigenbelang van mensen, scheppen we een wereld in dit beeld.

In dat geval is het misschien tijd om vanuit die andere zienswijze met betrekking tot de menselijke natuur te handelen: geloof in fundamentele goedheid, onze gezamenlijke menselijkheid, het verlangen om aan te sluiten bij de ander, lief te hebben, te helpen, te dienen. De reacties onmiddellijk na de tragedie in Boston bieden volop bewijzen voor een dergelijke overtuiging: mensen die belangeloos en gul vreemden te hulp kwamen. Het was alsof de explosies de sluier van wederzijds wantrouwen die ons van elkaar gescheiden houdt verscheurden, en ruimte schiepen voor een sluimerend aspect van onze menselijke aard. Als we die zelfloze handelingen eens als de ware lessen van de tragedie in Boston zouden zien? Zouden we een wereld op basis dáárvan kunnen scheppen? Indien Martin Luther King gelijk had, dan moet vrede toch ook vrede, vergeving vergeving en liefde ook liefde opwekken. Er zal niets minder dan een revolutie voor nodig zijn om een wereld te creëren waarin we ons veilig voelen, en thuis bij elkaar.